Op Lovina was het op het strand vooral erg warm. Misschien dat het door
het zwarte lavazand kwam... er over heen proberen te rennen op blote
voettekes is in ieder geval niet zo'n goed idee. Het water was niet
echt een uitnodiging om de zee in te duiken en er waren iets minder
toeristen (lees: alleen wij) dan verkopers wat als resultaat gaf dat we
geen twee meter konden lopen zonder aangesproken te worden voor 'traaansport', lelijke dolfijnenbeeldjes, boekjes, voedsel, massages en
sarongs. Lovina was overduidelijk getroffen door de kredietcrisis, veel
verkopers, weinig toeristen en dat terwijl het hoogseizoen al was
begonnen. Gelukkig hadden we een zwembad bij ons guesthouse buiten het
territorium van die toch wel zielige verkopers.
Het was weer tijd voor wat actie en dat werd een dagje snorkelen bij
een eiland in het Noorden van Bali. Het was er werkelijk prachtig. Het
koraal ging na zo'n 50 meter vanaf de kant in een enorme rechte lijn
metersdiep naar beneden en ik werd omgeven door prachtige vissen in
allerlei kleuren, soorten en maten. De Napoleonfish kwam mij ook nog
even gedag zeggen. We hebben geen schildpadden gezien maar dat mocht
onze snorkelpret zeker niet drukken. Lunch hadden we op het mooie witte
verlaten strand.
's Avonds was er in Lovina een tent met een supergoede liveband. En
nee, dat is nu een keer niet sarcastisch bedoeld lieve mensen, deze
liveband kon er echt wat van! Daar hebben we dus menige Bin Tangs en
cocktails gedronken met de lokale bevolking.
Dolfijnen spotten is iets wat iedereen doet in Lovina en we zouden geen
toeristen zijn als wij dat over zouden slaan. Zo gezegd, zo gedaan, de
wekker ging om 5:30 en we hadden er zin in. Al snel sloeg ons
ochtenenthousiasme om in een teleurstelling en ik had verschillende
schaamtemomentjes op zee toen ik erachter kwam dat we met zo'n 65
andere boten dolfijnen aan het spotten waren. We hebben ze uiteindelijk
gezien maar eigenlijk wilde ik het liefst zo snel mogelijk terug omdat
ik niet aan deze achterlijke vertoning mee wilde werken. Zodra er een
dolfijn was schoten alle 65 boten er als bijen op honing op af. En weg
waren de dolfijnen weer. Dit kan niet goed voor ze zijn. Uiteindelijk
heb ik wel wat op camera vast kunnen leggen, tsja, als je er dan toch
bent... maar de zonsopkomst was een stuk leuker.
Na Lovina vertrokken we naar Ubud, een agglomeratie van verschillende
dorpjes waar je vooral veel kunst en houtwerk kunt kopen. Voor mijn
nieuwe crib heb ik dus ook een prachtig schilderij gekocht, iets waar
ik al heel wat jaartjes naar op zoek ben maar waar je tegenaan moet
lopen. Dat deed ik dus in Ubud. Jeuj!
In Ubud was er een monkey forest, dat klinkt als een apenbos, het waren
echter wat verlaten tempels met daarbij een heleboel apen (Makaken) die
behoorlijk tam waren. Wat een leuke beesten waren het. In Maleisie
waren de Makaken nogal agressief hier vooral erg seksueel. We vonden
een aap, zittend op de grond die zijn pielemans eens even goed aan het
bestuderen was. De trekaap trok zich niets aan van ons gelach en ging
vrolijk verder wat een leuk filmpje heeft opgeleverd. De rest van de
tijd hebben we hem vooral keihard bij het zwembad gechilled. Ik moet
natuurlijk wel een beetje bruin zijn als ik terugkom ;-).
Na een paar dagen Ubud zijn we richting Kuta vertrokken. Kuta is een
surfspot waar zo ongeveer half Australie naar op vakantie gaat. Het is
er behoorlijk toeristisch maar dat vinden wij voor nu eigenlijk wel
leuk. Leven in de brouwerij! Een paar jaar geleden was dit echter wel
anders, dit is namelijk de plek waar zo'n 200 toeristen in 2005 zijn
gedood bij een bomaanslag. Er staat een indrukwekkend monument op de
plek waar dit drama heeft plaatsgevonden.
In Kuta heb ik mijn kledingkast eindelijk aangevuld en belachelijk veel
geld uitgegeven want zo goedkoop is het hier niet. Verder zijn we een
dagje wezen raften in een supermooie omgeving, langs rijstvelden,
watervallen, adembenemd mooi. Tot we in een crash terecht kwamen met
een andere raft, onze raft omsloeg en ik onder de boot vast kwam te
zitten. Ik heb mij weleens in fijnere posities begeven met wat meer
zuurstof. Net toen ik echt in paniek begon te raken omdat ik geen kant
op kon tijdens mijn zoektocht naar wat zuurstof greep een jongen van
bovenaf mij uit het water. Trillend als een rietje heb ik even moeten
bijkomen. Grappig detail was dat we allemaal onze rechterslipper kwijt
waren, die liggen daar nog ergens in de rivier en we zijn blootsvoets
naar Kuta teruggekeerd. Misschien de volgende keer toch maar van de
schattige waterschoentjes kopen. Mijn benen zijn door de val blauw
gekleurd en ik zit onder de schaafwondjes.Toen ik vanmorgen wakker werd
was mijn hele lijf gebroken door die val, tijd voor een massage,
heerlijk. De rest van de tijd heb ik vooral op het strand gelegen,
vakantie moet tenslotte gevierd worden en het strand is daar een
uitstekende plek voor. De hangspot hebben we ook ontdekt hier, op de
trappen bij een supermarkt, een heleboel backpackers, een gitaar, Bob
Marley-muziek (hoe kan het ook anders) en een flesje wodka. De palmwijn
hebben we afgeslagen na het drama hier een paar weken geleden
(toeristen zijn overleden doordat iemand er methanol in had gestopt).
Morgen gaan we weer een tripje doen, wederom op naar een vulkaan (we
zijn echte vulkaantoeristen geworden na Bromo) en daarna gaan we onze
kater verwerken bij een meertje samen met onze privechauffeur die we
vandaag geregeld hebben. Maar eerst mag er gedanst worden vanavond, er
komt een vriend van Rob over en daar moet op gedronken worden.
Zaterdag vertrekken we naar de rustige Gili Gili-eilanden voor onze
laatste uitrustsessie. De brommers, auto's, paarden met wagens en
surfplanken vliegen ons hier om de oren. Het is tijd voor rust!
Na een 14 uur durende vlucht kwamen Martijn en ik eindelijk aan op Jakarta. De warmte viel als een deken over mij heen en de geur - hoe vies ook - bracht mij terug naar zo'n 1,5 jaar geleden toen ik voor het eerst op ontdekkenstocht in Azie was. We pakten direct de local bus naar het Gambir station omdat we alvast treinkaartjes naar Yogyakarta voor de volgende dag moesten regelen. Op het station werd ik eerst van het kastje naar de muur gestuurd en uiteindelijk stonden we dan toch in de goede rij. We waren moe, bezweet, hadden honger en aan de rij voor het loket kwam geen einde. Al snel begreep ik waarom. Voor het kopen van een kaartje moet je twee briefjes invullen, hierna wordt jouw naam op het kaartje geprint. Moet je voorstellen dat de NS dit gaat doen. Een hoop administratieve romslomp.Jammer genoeg waren de treinkaartjes voor Yogya "op", de tein zat dus al vol. Een kijkje op de plattegrond van Java deed mij besluiten dan maar richting Bandung af te reizen, ' Paris of Java' stond er namelijk in de Lonely Planet. Dat belooft wat.
Met de treinkaartjes in the pocket gingen we naar Jalan Jaksa, de backpackersstraat van Jakarta. De taxichaffeur wilde er met mijn 50.000 RP vandoor gaan in plaats van de afgesproken 15.000 RP, gelukkig wist ik daar een stokje voor te steken door hem achterna te rennen en de deur van zijn portier open te trekken en mijn kwaadste gezicht op te zetten. Ik wist 25.000 RP terug te krijgen en ik moest even tot 10 tellen om weer helemaal zennnnnn te worden. Alle hostels zaten vol, op een hostel na, ook wel bekend als shithole from hell. En zo sliepen wij die eerste dag dus in een beschimmelde kamer die rook naar natte muffe onverklaarbare zooi. Om over de badkamer nog maar niets te zeggen. Een doorsnee badkamer in de gevangenis in Bangkok is nog beter. Tot dan toe nog niet een heel warm en leuk welkom in Indonesie helaasch.
Gelukkig kwam daar snel verandering in want na een paar uurtjes wachten en een aantal Bin Tangs (bier) later, kwamen Rob en Maaike met de taxi aanrijden. Een hoop gegil, dikke knuffels en een innige omhelsing volgde! Inmiddels hadden we elkaar meer dan 4 maanden niet gezien en we hebben die avond meerdere keren geproost op onze hereniging. Die nacht is het erg laat geworden en met een klein katertje stapten we de volgende ochtend in de trein naar Bandung. Onderweg zag ik prachtige rijsvelden, iets wat ik nog nooit had gezien maar wel op mijn 'to see' -lijstje had staan. De treindeur mochten we open doen, deze plek leende zich uitstekend voor het roken van sigaretjes, voor het maken van foto's en voor het genieten van het mooie uitzicht.
In Bandung hebben we ongeveer 1,5 uur gelopen met onze backpacks, we dachten wel even snel iets te kunnen regelen en dat kon ook wel, een beetje jammer dat we alleen compleet de verkeerde kant op waren gelopen, uiteindelijk bleken we namelijk op 2 min van het station te slapen, daar waar we ook vandaan kwamen. Goed voor de benen zullen we maar zeggen. Bandung was niet echt the place to be, er waren veel mensen die op straat sliepen of die gehandicapt waren. Een spookstadje met veel armoede. Rob had al meerdere keren gezegd dat hij zo'n trek had in een broodje kroket, die avond kwam zijn droom uit: in het cafe waar wij zaten hadden ze een broodje kroket op het menu staan. Het hoogtepunt van Bandung.
Die nacht werden we opgeschrikt door een geluid dat de geluidslimiet van Awakenings overschrijdt. Met meer dan 300 decibel vulde een gebed mijn met oordoppen gevulde oren. Het was net of er iemand met een microfoon midden in onze kamer tot Allah stond te bleren. Later bleken we pal naast een moskee te slapen.
De volgende dag moesten we weer vroeg op om de trein naar Yogakarta te pakken, we hadden vooraf een hostel geregeld, daar aangekomen bleken de kamers die wij hadden gereserveerd ineens niet meer vrij. Zo sliepen we de eerste nacht met z'n vieren op een duurdere kamer. De douche moest wel ontworpen zijn door iemand die onder invloed van paddo's was. De Kleine Zeemeermin meets Alice in Wonderland. De keuze tussen een bad of een douche bleek lastig, het werd een mix van beiden: net geen bad en ook geen volwaardige douche. Aziatische logica is soms onbegrijpelijk en vooral heel erg grappig.
In Yogya hebben we een priverondleiding gekregen door het optrekje van de sultan, Yogya is namelijk een provincie en stad en heeft een eigen sultan. Die avond zijn we even gaan zwemmen en we zijn naar de hoofdstraat geweest waar ze ontzettend lelijke spullen verkochten. Mijn shopgedrag heb ik tot nu toe dus nog prima onder controle (alhoewel ik dat liever iets anders had gezien, met maar 8,7 kilo aan bagage op de heenweg kun je je voorstellen dat ik niet erg veel keuze heb aan kleding).
De volgende dag zijn we naar de Borobudur geweest, dit is een enorme boedhistische tempel (123 bij 123m) uit de periode 750 - 850. Erg mooi om te zien. Echter bleek niet de Borobudur maar wij de grootste attractie op de Borobudur te zijn. Er werden stiekem foto's van ons gemaakt, ik werd constant aangestaard en mensen wilden tig keer met ons op de foto. Zelfs oma's zonder tanden kwamen naar mij toe voor een foto. We werden vastgegrepen en achtervolgd. Best grappig maar beroemd zijn is toch niets voor mij heb ik besloten. Na de Borobudur zijn we doorgereden naar een andere tempel uit dezelfde tijd als de Angkor Wat, de Prambanan. Jammer dat we daar net de zonsondergang misten.
De volgende dag bestond uit een rit van 11 uur in een minibusje richting de Bromo-vulkaan. Warm, lang en vermoeiend. Daar aangekomen was het vooral erg koud, het bleek er zo'n 15 graden te zijn op dat moment en er werden mutsen, sjaals en handschoenen verkocht. Ik hoorde Maaike die middag een opmerking maken dat ze zo'n zin had dat het weer eens -10 zou zijn. Haar gebeden werden verhoord.
Die nacht werd ik om half 4 bruut uit mijn slaap gehaald, we moesten op om richting de vulkaan te gaan voor de zonsopkomst. Het was prachtig. De Bromo-vulkaan is de bekendste vulkaan op Java en is nog actief. In 2004 is hij nog uitgebarsten. Hij ligt op 2400 meter hoogte en het bijzondere aan deze vulkaan is dat hij samen met twee andere vulkanen op een zandzee van 8 bij 10 kilometer ligt. De zon kwam langzaam op, de lucht werd oranje en het bijna surrealistische maanlandschap werd verlicht. Wolkjes van zwavel hingen boven de vulkaan. Heel bijzonder. Hierna zijn we doorgereden om een vulkaan te beklimmen, ik was lichamelijk alleen niet tiptop in orde dus ben ergens gaan zitten en heb genoten van het bijzondere uitzicht terwijl stof van het zwarte lavazand mijn longen bevuilde. Een mix van Free Your Mind, Nepal en de maan. Zo af en toe werd ik verstoord tijden mijn uitrustsessie omdat er steeds mensen met mij op de foto wilden.
Na Bromo zijn we direct doorgereisd richting Lovina in het noorden van Bali. Ook deze rit duurde lang en ik voelde mij verre van ok. Gelukkig gaat het - na veel slapen en wat medicijnen - weer wat beter, alhoewel ik nog steeds niet helemaal de oude ben. Op Lovina slapen we in een superleuk hostel, we hebben ons eigen tempelhuisje. Morgen gaan we snorkelen en de dag erna dolfijnen spotten. Dat komt later, het is nu eerst tijd voor cocktails, de bacterien in mijn lijf moeten tenslotte dood ;-).
Zongebruinde mensen lopen op teenslippers terwijl het buiten 16 graden is. Ik denk aan de warme landen waar ze geweest zijn en stiekem vind ik het maar goed voor ze dat ook zij weer terug zijn in ons kikkerlandje. Ik ben jaloers ja, maar hey, aan elk moois komt een einde. Dus ook voor hun.
Een paar jongens proppen in een rap tempo whoppers weg bij de Burger King waar het altijd spitsuur is. Reizigers kopen een boek in de Ako om de vlieguren en het wachten mee te doden. Als warme broodjes gaan ze over de toonbank. Ik spek het reisje naar Ibiza van de heer Kluun dit jaar. Kan hij mooi een cola van kopen.
In het damestoilet smeren Spaans uitziende meisjes nog een laag foundation op de voorgaande lagen foundation omdat ze zichzelf blijkbaar nog niet oranje genoeg vinden. Koninginnedag is al voorbij dames. Stewardessen staan in hun perfecte blauwe mantelpakjes in een groepje bijelkaar. Ze hebben alles onder controle. Zo lijkt het tenminste.
Een zakenman zit als een workaholic achter zijn laptop op het toetsenbord te rammen terwijl een schoonmaakster de vloer rondom zijn tijdelijke werkplek verveeld schoon veegt. Ze vraagt zich af wanneer ze eindelijk eens naar huis kan. Een verdwaalde zwerver kijkt iets te lang naar mijn broodje. Afblijven, die is van mij.
De stem op de intercom praat onophoudelijk waardoor de stroom informatie veranderd in achtergrondmuziek die onbelangrijk is geworden. Niemand luistert meer. Het geluid van langsrijdende karretjes, koffers en trolllies suist onafgebroken na in mijn oren. Kinderen rennen uitgelaten voorbij. Ze mogen vliegen en dat is natuurlijk allejezus spannend.
Toeristen maken een foto van een beeld van een koe omdat ze die in hun eigen land blijkbaar nog nooit hebben gezien. Mensen kopen spullen omdat ze zich vervelen. Reizigers kijken gespannen op de schermen hoe laat ze in kunnen checken en waar. Misschien moet ik dat ook nog maar een keer controleren.
Buiten rook ik een sigaret. Mensen lopen gehaast de draaideur in en uit. Iedereen is op weg van of naar iets. Een plek, een persoon, een gebeurtenis, leuk of niet leuk, de liefde, hun familie, omdat het moest of omdat ze er aan toe waren. Een groot videoscherm achter mij speelt rustige klassieke muziek. Terwijl het contrast niet veel groter kan worden kom ik juist hier tot rust.
Tijdens het op slot zetten van mijn fiets op het Marie Heinekenplein
keek ik naar de zwerver die voor mij op het bankje zat. Zonnestralen
schenen tussen zijn ongekamde haar door en verlichten zijn gezicht. Pas
toen besefte ik dat de zon scheen en hoe warm deze aanvoelde.
Maandenlang kijk ik naar dit moment uit. Het was voor het eerst dit jaar dat ik haar aanwezigheid voelde.
Soms lees je ergens een stukje wat je wilt delen. Onderstaand een
blogje van Luna, ze houdt al vanaf april 2001 een blog bij en ik ben
fan.
Lees op www.maanisch.com
over haar katten, creatieve geknutsel, haar vriend P, de zieke vader
van vriend P, feestjes en over alle rare, gekke, leuke en verdrietige
dingen die er in haar leven gebeuren.
Check ook haar briljante website www.ploesiepoesie.nl en laat je eigen kat (of die van je beste vriend/vriendin, een erg leuk verjaardagscadeau!) door haar namaken.
En dan hier het blogje waar ik een kleine brok van in mijn keel kreeg.
-----------------------------------------------------------------------------
VOOR IK VERGEET
Donderdagochtend, 9.00.
P. is naar z’n werk en ik ben alleen met z’n vader.
“Je moet wakker worden pa”, zeg ik, “en je moet je medicijnen en ook wat eten.”
Hij is er niet zo voor te porren.
“Kom op pa, op de rand van het bed.”
Het lukt niet om hem omhoog te trekken wanneer hij me een hand geeft.
Dan maar een soort van bovenop hem zitten. Hand in z’n nek. En dan omhoog.
Hop! Hop!
Hij zit op de rand van het bed. Ik zit rechts van hem.
Hij valt om naar links.
“Rechtop blijven zitten pa, je hebt een afwijking naar links.”
Ik pak ‘m stevig vast.
“Blijf maar even naast me zitten zo. Ik moet even bijkomen.”
En zo zitten we samen.
Wel een kwartier.
Naast elkaar.
Mijn arm om zijn schouder.
Zijn hand op mijn bovenbeen.
En we kijken in stilte naar hoe de poezen met elkaar spelen.
Poes John ligt op een stoel en poes Sid mept hem eraf.
John komt naar ons toe gelopen en miauwt.
Sid gaat op de stoel liggen. Met z’n pootjes omhoog.
Even later rent Sid weer richting John.
John weer achter Sid.
En Sid weer achter John.
En daarna rollen ze met z’n tweeën over het kleed.
En zo is het. Lijstjes over het wel & wee van 2008 zijn inmiddels wel achterhaald. Gelukkig zijn foto's dat nooit. Via onderstaande links kun je zien wat er in 2008 allemaal gebeurde. Goed voor een heleboel prachtige, indrukwekkende, shockerende en ontroerende foto's. Even kijken dus.
Tochten schaatsen langs pittoreske dorpjes, rijen voor het koek & sopie tentje, snert, afwegingen maken of we wel of niet onder deze brug door kunnen, mijn vader & moeder op het ijs, rietkragen, eenden, jägermeister, tegenwind, muziek, een loopneus, rollend bruggetjes over omdat je te lui bent om je beschermers om te doen, gevulde koeken, pootje over, kleine kinderen met stoelen, je schaatsen strakker doen, warme chocomelk met slagroom, weilanden en een prachtige winterse zon die alles nog mooier maakt dan het al is.
Iedereen is op het ijs. En wat hebben we het gezellig.
Ineens vind ik het niet meer erg om in Nederland te wonen.
"Jeetje Kim, ik had zo graag samen met jou willen zijn", fluisterde hij in mijn oor terwijl er tranen over zijn wangen rolden. "Ik vind je zo leuk en lief en ik ben zo gek op jou........ik dacht dat jij het was.....is er iets wat ik anders had moeten doen?"
Ik dacht na. Hoe leg je uit dat je gevoel hapert terwijl je eigenlijk wel heel graag wilt?
"Het ligt niet aan jou lieverd, zei ik, waarom denk je dat ik het zolang heb geprobeerd?"
Vroeger hoorde ik vol verbazing vrienden en kennissen soms zeggen dat ze 'dit weekend lekker thuis zouden blijven'. Hallooooo, dacht ik dan, zijn jullie wel helemaal bij je verstand? Het is weekend! Moet ik het soms spellen? WEEKEND!!! Dat betekent: naast de verplichte ditjes & datjes in & om het huis vooral doen waar je zin in hebt en zo min mogelijk slapen. Hieronder verstond ik vooral: laat naar bed, socializen tot de macht 4, uitgaan en dansen alsof het je laatste feest zal zijn. Ik begreep niets van de mensen die thuis bleven. Zo zou ik nooit worden, zei ik stoer. Ik had wel wat beters te doen dan mijn tijd te verspillen achter de geraniums of hangend op de bank voor de televisie. Dat doe ik wel als ik 90 ben, dacht ik.
En nu zit ik hier om half 12 op vrijdagavond en mijn ogen vallen dicht. Ik verlang naar mijn heerlijke, warme bed. Heel even kreeg ik net het idee om mijn inloopkast op te ruimen. Iets wat ik al weken wil doen maar wat mij een paar uur gaat kosten omdat ik, als ik die kast heb leeggehaald, totaal geen overzicht meer heb. Daarnaast heb ik met kasten op de helft vaak geen zin meer, een terugkerend probleem. Ik voorspel een chaos.
Al snel besloot ik het niet te doen omdat ik eigenlijk ook gewoon te moe was.
Kim is té moe. Net zoals gisteren: mijn weekend begon gisteravond en om 22:00 lag ik in bed. Om 22 uur! Kinderbedtijd!!! En om half 8 was ik op mijn vrije dag dus al wakker.
Het moet niet gekker worden. Wie had dat ooit kunnen denken?
Ik kan er niet meer onderuit. Ik word oud. En saai.
Nog maar snel even smeren met anti-rimpelcreme voordat ik ga slapen. Misschien helpt het.
En morgen ga ik gewoon keihard stappen om het tegendeel te bewijzen.
Het is vroeg in de ochtend als ik de deur van het huisje van een vriendin achter mij dichttrek. Mijn hand zoekt naar de lichtschakelaar in het trappenhuis. Ik daal twee verdiepingen neer. Tegelijkertijd probeer ik, zonder in een rechte lijn naar beneden op mijn giecheltje te storten, het snoer van mijn oordopjes uit de knoop te halen. Altijd hetzelfde verhaal met die rotdingen.
Ik zwaai de deur open en een rilling gaat door mijn lijf. Het is december, het is koud en het regent. Ik doe mijn muts op en ik ga op zoek naar de bushalte. Een tegemoetkomende, smoezelig uitziende man roept iets naar mij. Hij ziet er niet uit alsof hij de weg aan mij vraagt. Aan zijn hoofd te zien zit hij al een tijdje op een dwaalspoor, die oordopjes houd ik dus lekker in.
De bushalte heb ik binnen een poep en een scheet gevonden. Het begint steeds harder te regenen en ik schuil onder het afdakje van de bushalte. Ik heb honger, wil slapen en ik heb geen zin om te werken. Met mijn wijsvinger scroll ik door de muziek op mijn ipod heen, ik kies mijn cd van dit moment uit en druk op ‘play’. Klanken vullen mijn oren, mijn hoofd, mijn gedachten en mijn lichaam. Ik ontspan. De donkere deken der chagrijnigheid glijdt langzaam van mij af. Ochtenden zijn hartstikke klote, muziek zorgt ervoor dat ik ze op het nippertje overleef.
Er is volop leven in de straat, mensen haasten zich naar hun werk. Trams en bussen rijden af en aan. Stoplichten springen op rood en groen. Verhuizers tillen spullen omhoog. De rolluiken van winkels worden geopend. Iedereen heeft hier een doel. De wereld glijdt geruisloos langs mij heen. Ik duik dieper onder mijn muts. Het duurt lang voordat de bus komt maar dat is niet erg, ik sta hier wel oké. Ik observeer voorbij fietsende mensen en vraag mij af waar ze vandaan komen, waar ze heen gaan en wat ze gaan doen. Veel gezichten staan op onweer. Iedereen heeft haast. Ik ben de enige in deze rumoerige straat die lijkt stil te staan in het moment van hier en nu.
In de bus ga ik zitten naast een dikke vrouw. Ik pas er net bij. Veel mensen durfden dit plekje om die reden waarschijnlijk niet aan. Ze ruikt naar zoete parfum. Bij een halte stappen een oude oma en opa uit. Ze worden opgehaald door een jongere vrouw. De oude oma stapt voorzichtig de bus uit en kust de jongere vrouw enthousiast en liefdevol op haar wang. Ik krijg een glimlach op mijn gezicht. Mooi.
De bus rijdt verder en er wordt iets omgeroepen door de buschauffeur. Ik kan het niet verstaan maar maak mij niet druk. Ik blijf in mijn veilige cocoon met muziek. Alleen in mijn eigen wereld.
Tien minuten later kom ik op het Amstelstation aan. Ik loop de AH To Go in. De geur van verse croissantjes komt mij vrolijk tegemoet. Mensen staan ongeduldig in de rij. Caissičres doen gehaast hun werk. Ik sta voor de schappen en betrap mij erop dat mijn rechtervoet meedoet op de maat van de muziek. Even heb ik de neiging om keihard te gaan dansen en compleet los te gaan in dit mini-supermarktje. Ik weet het te onderdrukken en reken een fles overheerlijke appel-peer-framboos vruchtensap af. Ik visualiseer mijzelf op z’n kop hangend aan de schappen, springend over de kassa’s, meeblčrend met de muziek. Ik schiet in de lach als ik mij voorstel hoe iedereen daar ontzettend raar van op zouden kijken. Durfde ik het maar.
Langzaam loop ik naar mijn werk. Ik heb nu nog één nummer de tijd. Ik kies mijn lievelingsnummer uit en kijk naar de lucht. Het is opgehouden met regenen. De lucht is blauw en het zonnetje breekt door.
Mensen in pak lopen bellend en rokend voorbij. Chauffeurs parkeren hun dure auto’s op het Amstelplein. Een vrachtwagen wordt uitgeladen. Chaos op de rotonde. Ik zie alles maar ik hoor niets. Ik ben een figurant in een film en mijn gedachten en de muziek zijn het geluid. Het gebouw waar ik werk komt dichterbij en eenmaal binnen loop ik de trap op naar de verdieping waar ik moet zijn.
Ik wil nog niet en stel het nog even uit. Bij de koffieautomaat haal ik een beker thee. Terwijl ik naar de afdeling loop, vullen de laatste klanken van mijn lievelingsnummer mijn lichaam. Nog een paar seconden genieten, nog heel even alleen in mijn eigen wereld. Ik loop de afdeling op en doe mijn ipod uit. Een ‘goedemorgen’ van een collega brengt mij terug in de realiteit. De dag is nu echt begonnen. Om half zes mag ik weer, terug naar huis. De muziek en ik. Twee beste vrienden. Staren, dromen, fantaseren, luisteren, delen en denken. Volledige ontspanning. Weg van alles. Heerlijk.